Een detox die werkt!

Gisterochtend liep ik met verwachtingsvol hart naar de badkamer. Tot dan toe zat er bij mijn dagelijkse tas met detoxflessen een opbeurende ansichtkaart. Ik was geweldig, wat deed ik het goed en nog even volhouden. Mijn laatste dag detox ging vergezeld met een belofte. ‘Today the magic is gonna happen’ stond op de kaart. Na 4 dagen ontgiften zou mijn lijf alle opgedronken mineralen en vitaminen omzetten in een sprankelende huid, glimmend haar, een heldere geest en tomeloze energie.

In de badkamerspiegel zag ik hetzelfde hoofd als 5 dagen geleden; een aardig geknipte coupe haar door de nieuwe, veel te dure, kapper die me overigens ook deze detox-kuur heeft aanbevolen, de nodige groefjes en licht afgezakte wangen en toen ik verder naar beneden keek zag ik het overtollige spek op de verkeerde plek. Kortom; ik was precies dezelfde als voor de 15 liter koudgeperste sapcreaties.

De weegschaal wees 2.5 kilo minder aan. Dat is mooi. Voor even, want ik weet; het eerste glas wijn levert me weer een extra 2 kilo op en als ik vervolgens van pure frustratie een halve zak drop opsnoep is er een kilo af. Geen peil op te trekken.

De timing van de detox leek me tevoren geweldig. 5 dagen cleansen en dan rechtstreeks door naar de berg van Marelle en Jan waar inspiratie van de eerste en heerlijke gerechten van hem met elkaar wedijveren. In combinatie met die detox-heldere geest van mij zou het herschrijven van Bonuszoon een makkie worden. En dat was heel welkom want hetgeen ik het liefste doe, schuif ik nu al bijna een half jaar voor me uit. Faalangst, writers-block, het perfect willen doen maar niet willen teleurstellen: zeg het maar. Feit is dat ik de afgelopen maanden slechts omtrekkende bewegingen maak rondom mijn 86.000 woorden tellende manuscript.

Mijn vorige blog over Palmkool oogstte de nodige reacties. Zo was daar een vrouw die helemaal los ging op de Linda-lijnt afvalrace. Linda was zogenaamd door de mand gevallen met de cover van haar laatste magazine waarop ze staat afgebeeld in een obese lijf. Marketing en integriteit. Mensen vinden dat een lastige  combinatie. Ik vind dat onzin; commercie en empathie gaat samen als je ergens voor staat. Het is toch mooi dat een bekende Nederlander zich kwetsbaar durft op te stellen en vervolgens een beweging tot stand brengt? En daarmee mag ze best geld verdienen. Daar is niets mis mee. Er zijn kennelijk genoeg volgers die in haar geloven. Mooi toch?!

Er is ook een steeds groter wordende groep mensen die bewust bezig is met voedsel. Er is heel wat mis met de voedselindustrie en daarom begrijp ik de biologische winkels en diervriendelijke slagerijen wel. Maar er zijn grenzen. Op zoete aardappel hoor je te kauwen en in een appel-munt sapje hoort geen cayennepeper of kurkuma. Op het vliegveld dronk ik gistermiddag mijn laatste fles bieten-citroen sap. Een paar uur later zat ik aan de verse tomatensoep van Jan met ingrediënten van eigen land. Ik smeerde een snee zelfgebakken brood met een weldadig laagje boter en luisterde naar de prachtige verhalen van 7 vrouwen met dezelfde passie. Het dove gevoel in mijn hoofd verdween tussen de bloemenzee op de berg en maakte plaats voor schrijversenergie.

Na een nachtje slapen in de relaxte bed & breakfast weet ik het zeker: vandaag begint mijn echte detox. Eentje die werkt!

Palmkool

Met de kersverse Linda naast me slik ik de laatste restanten weg van iets wat hardnekkig de weg naar buiten zoekt. Op de cover zit een obese gefotoshopte Linda met een partij flinke klapkuiten. Met die kuiten valt het bij mij wel mee. Over die benen ben ik over het algemeen nog redelijk tevreden, het is de rest dat me, soms letterlijk, dwars zit.

Er komt gewoon steeds meer Antoinette en dat proces moet stoppen. Dat vond Linda ook, dus maakte ze van de nood een deugd en zette deze kiene marketingtante het hele land in de lijnmodus met haar ‘ Linda lijnt’ –campagne. Punt is alleen dat ik niet kan lijnen. Hoe gedisciplineerd ik sommige dingen kan aanpakken, als het op afvallen aankomt, ben ik een weke spons. Binnen het uur dat ik een volgende lijnpoging heb ondernomen, lijkt het alsof de wereld om me heen alleen nog uit geraffineerde suikers en zalige vetten bestaat en ga ik in no time voor de bijl.

Inmiddels de 50 ruim gepasseerd moet ik me wellicht niet druk maken over strakke buik en putten in mijn lijf. Ik beweer dat ook regelmatig als ik weer een bonbon naar binnen schuif of een lekkere fles rosé opentrek. Toch stelt mijn spiegelbeeld me ernstig teleur wanneer ik op de eerste zomerse lentedag een luchtig jurkje aantrek. Er is gewoon teveel Antoinette en dat is voor niemand goed. Ook voor mij niet. Tijd voor drastische maatregelen. Ik ga aan de detox. 5 dagen sapjes is een te overbruggen periode en het is nog gezond ook. Volgens de gebruiksaanwijzing.

Ik mag de komende dagen ‘100% skal gecertificeerde, biologische en koud geperste juices van 500 ml drinken’ jubelt de instructie naar me toe alsof het een feest is. Onderaan vermeldt de pagina wel dat het verstandig is mijn omgeving over mijn voornemen in te lichten.

In de rij van 6 voor mijn eerste dag detox pak ik, vol vertrouwen, mijn eerste flesje. Palmkool staat op het etiket. Ik schenk het groene goedje in een glas en mijn goede moed verdwijnt sneller dan het glas vol raakt. De slokken branden na in mijn keel als ik het lege glas op het aanrecht zet. Het flesje is nog voor 2/3 vol. Palmkool. Ik heb er nog nooit van gehoord. Volgens mij bestaat het niet eens. Het smaakt in ieder geval alsof het al heel lang dood is. In Wikipedia staart een groen-grijzige plant me aan. ‘Palmkool is een typische wintergroente uit Toscane en wordt vooral in Italië gegeten. De Italiaanse naam is Cavolo Nero ofwel Zwarte Kool.’

Ik begin de waarschuwing op de detox handleiding te begrijpen. Ik benijd de gezinsleden van Villa Kakelbont deze week niet. De komende dagen mag ik nog 29 flesjes opdrinken, waarvan minstens 12 met dezelfde groenige Palmkoolsubstantie. Ik kijk er naar uit met een zwartgallig genoegen…

Dik (on)tevreden

Ik was eigenlijk dik tevreden

Onze scheiding gaf me voldoening

Ik kon weer vrij uit ademen

Doen wat ik wilde

Ik spendeerde veel tijd met mijn vrienden

Die er altijd waren maar nu meer dan ooit

Ik kwam je nog wel eens tegen

Dan knipoogde ik soms

Uitte ik een vage belofte

Dat ik snel langs zou komen

Ik negeerde je steeds meer

De laatste tijd keerde ik louter mijn rug

En scheerde langs je heen

De wroeging begon echter allengs te knellen

Mijn vrienden namen in aantal toe

Zoveel dat het me benauwde

Vanmorgen stond ik op

Keek in de spiegel

Het besef blikte terug

Hard en meedogenloos

Ik moet afscheid nemen van een deel van mijn vrienden

En jij bent de enige die me kan helpen

Hopelijk wil je me nog ondanks mijn negeren

De eerste schreden waren stroef

Toch hebben we samen enkele kilometers gelopen

Ik ben je dankbaar

Al vind ik je nog niet lief

Je bent van mij

Mijn loopband…

 

Authenticiteit als schoolvak

Gisteren was ik aanwezig bij het evenement rondom de jaarlijkse uitverkiezing van de top 50 verzekeringsvrouwen. Ik heb altijd een beetje moeite met dit soort bijeenkomsten. Ik hou er niet van me te scharen bij een zichzelf profilerende doelgroep op de barricades en van 150 in een hok gepropte vrouwen komt doorgaans niet veel goeds. Vorig jaar was ik absent met een goeie smoes maar dit jaar voelde ik me, steevast onderaan de lijst bungelend, verplicht acte de présence te geven. Wat een goed besluit was dat!

En masse was de zaal tegen vastgestelde quota om vrouwen aan de top te helpen en zette ‘niet lullen maar poetsen’ schrijfster-ondernemer Marianne Zwagerman het publiek op scherp met de stelling dat de macht grijpen simpelweg een kwestie is van lef hebben en verdomd hard werken. De glimlach op mijn gezicht, en die van menig ander, kon niet groter.

De staart van het programma roerde zich over diversiteit in organisaties. Ik ben daar voor, mits niet dwangmatig gestuurd. De periode van excuus-Truusen en knuffel-allochtonen zijn we hopelijk gepasseerd. Ondernemerschap, bikkelen, niet zeuren en een visie hebben, zijn aspecten die zorgen dat je daar komt waar je zijn wilt. Een van de conclusies uit de paneldiscussie was dat authenticiteit erg belangrijk is. Ik stem voor! Binnenkort sta ik weer op een vakbeurs en omring ik me met 95% mannen in datzelfde uit de naad gezakte blauw-grijze pak, grijs haar en kale schoenneuzen.

In de boardrooms van de branche waarin ik werk, wordt de creativiteit regelmatig dood gePowerPoint met kpi’s en andere managementtaal bullshit waarbij Engelse terminologie hoogtij viert want dat staat zo lekker intelligent. Ieder vergaderlid knikt, doet z’n plas binnen de gebaande paden en gaat zijnsweegs zonder dat concrete beslissingen zijn genomen. Hoeveel uur wordt op deze manier jaarlijks verspild in organisaties? Je kunt er een heel tijdperk mee vullen.

In de auto onderweg naar huis realiseerde ik me dat authenticiteit helaas al op de basisschool wordt afgeleerd. Zodra de schooldeuren achter je zijn dicht geslagen, val je ten prooi aan het groepsgedrag. Het noodzakelijke ‘erbij willen horen’. Draag je per ongeluk een vlinderdasje in plaats van de laatste versie sneakers lig je eruit en word je jaren later bekend als zwijgende Facebooktragedie waarbij de voorbijschuivende tekstblaadjes het laatste woord voor je doen. Naarmate de schoolcarrière vordert wordt het ontmoedigingsbeleid jezelf te zijn steeds erger. Vandaag hebben mijn puberdochters een BFF en hoef ik niet te onthouden wie dat is; ze zien er tenslotte allemaal hetzelfde uit. En hun moeders, de schoolpleinmaffia met hun pittig korte kapsels, treft hetzelfde lot. Zij bevolken inmiddels parttime menig kantoortuin en voeren daar hun zelfde spruitjesterreur uit. Pas je niet in hun zuur gekookte vooroordeel dan wordt je gemeden of tegengewerkt en riekt er iets naar verandering, gaan de hakken in het zand.

Ik pleit voor authenticiteit als schoolvak. Een vak waarin je geleerd wordt vrij te zijn keuzes te maken. Te kiezen voor je eigen ik zodat je later, als je groot bent, samen met andere echte persoonlijkheden een dynamisch samenspel kan ontwikkelen dat verandering en vooruitgang teweeg brengt. Jezelf durven zijn en vanuit originaliteit het brein mogen laten werken is een geschenk dat je bij geboorte ontvangt maar wordt afgepakt zodra je op school in een hokje bent gestopt. Authenticiteit moeten we pamperen, koesteren en vanaf jonge leeftijd stimuleren. En voor diegenen die de schooltijd reeds zijn gepasseerd; organisaties zijn de scholen van het bedrijfsleven; overweeg een afdeling authenticiteit, help medewerkers zichzelf te zijn. Stimuleer creativiteit, onafhankelijkheid en medewerkersondernemerschap. Het komt het bedrijfsresultaat absoluut ten goede.

Genieten

Eerder vandaag liep ik een rondje in het bos met onze honden. Dit keer besloot ik mijn telefoon thuis te laten en simpelweg te kuierlatten in het bos. Volgens het nieuwste boek – Geluk is D.O.M. – van Patrick van Hees is dat een oplaadpunt.

Ik deed mijn gebruikelijke rondje en kwam halverwege een kittige Retriever tegen met daarachter een ietwat corpulente man. We kwamen aan de praat. (Met een hond in het bos betekent sociaal contact succes verzekerd, maar meestal onttrek ik me daaraan door driftig getik op mijn smartphone).

De vriendelijk ogende man met studentikoos rond brilletje op de snoet vertelde mij dat hij zo’n vier keer per week de hond van zijn dochter mee uit wandelen neemt. Hij doet dan hetzelfde rondje als ik in het enige bos waar de honden nog los mogen. Hij voelde zich een bevoorrecht mens dat hij mocht genieten van de natuur, een plotseling overstekend reetje, de zon, een wegspringend konijn (ons beider honden zijn van het jachtige soort, dus er springt nogal eens een konijn weg).

Twaalf jaar geleden overleed zijn vrouw plotseling zonder enige aanleiding. Zij is de enige vrouw waar hij ooit van gehouden heeft. Over haar vertellen ontroert hem nog steeds, zag ik. Die gebeurtenis bracht hem het inzicht dat je vooral genieten moet in het leven. Niet iedereen is het gegeven om tachtig of negentig te worden. Dus ging hij met pre pensioen ondanks dat hij zich daar nog veel te jong voor voelde en van zijn werk hield.

Tot op de dag van vandaag heeft hij van die keuze geen spijt. Hij houdt van reizen en nam zich destijds voor alleen nog dingen te doen die hij leuk vindt. Zo gaat hij volgende week wandelen in Thüringen en in december snorkelen in Egypte. ‘Sommige mensen vinden het egoïstisch als je aan jezelf denkt, maar ik vind dat van niet. Het is belangrijk om te genieten van het leven. Er is zo veel moois te zien. Ook als er iets vreselijks is gebeurd zoals de dood van je geliefde. Je moet er daarvoor wel op uit, dat moois pakken en het willen zien.’

Na dit genoeglijk gesprekje zwaaiden we elkaar uit. De man liep het pad af en sloeg de hoek om. Ik liep met mijn twee viervoeters richting auto, op weg naar huis, het werk riep. Voordat ik de auto startte, keek ik rond, een laatste straal van de zon op mijn gezicht. Wat een prachtig bos zo vlak bij mijn huis en wat een lieve man. Thuis aangekomen besloot ik het werk nog even te laten liggen en dit blogje te typen. Van schrijven word ik blij tenslotte. Vanmorgen stond ik moe op en zag op tegen een drukke werkdag. Van die moeheid is niets meer over. Ik voel me energiek door het rondje bos, het onverwachte gesprek en de letters op papier. Patrick van Hees noemt het Oplaadpunt. Ik noem het Genieten met hoofdletter G.

De duivel is monddood

Deze zomer gaat het er eindelijk van komen. Nee, ik ga geen ultieme poging doen alsnog strak in bikini over de Griekse boulevard te kunnen flaneren. Ik maak ook zeker geen wereldreis zodat ik de plaatsen op mijn bucketlist kan afvinken. Deze zomer maak ik mijn boek af. De stokken achter de deur zijn te talrijk en niet langer te negeren. Stokken die ik zelf gecreëerd overigens. Ik heb de literair agent een mail gestuurd dat het manuscript van Bonuszoon echt bijna onderweg is; met de redacteur heb ik een datum afgesproken wanneer zij het tweede deel langs haar deskundige ogen voorbij kan laten glijden en ik heb Marelle Boersma beloofd dat ik op 1 november a.s. als debutant  mijn ervaringen ga vertellen op de uitgeversdag. Spannend en een hele eer overigens!

Ik heb dus een deadline want belofte maakt schuld. Ik voel de druk en dat is helemaal niet erg. Schrijven is tenslotte het liefste dat ik doe. Waarom komt het dan te vaak onderaan de prioriteitenlijst? Natuurlijk, ik heb tal van legitieme redenen waarom ik de eerdere deadline van afgelopen voorjaar niet heb gehaald. Een aantal heftige live events zorgden dat de tijd te kort was en het hoofd te vol. Maar is dat de werkelijke reden? Is er geen andere verklaring die misschien een grotere oorzaak is van de vertraging?

Mijn duiveltje speelde de afgelopen tijd een voorname rol op het schrijverstoneel. Dat verdraaide stemmetje in mijn achterhoofd dat zachtjes, doch net hard genoeg, haar neerbuigende kritieken lispelt die vervolgens als harde paukslagen doordreunen in mijn brein. ‘Weet je nu wel zeker dat het goed genoeg is? Er zitten aardige stukjes bij maar welk een hoogmoed te denken dat het boekwaardig is!’

Ik heb de lat hoog gelegd voor mezelf. Het moet goed en zelfs dat is niet goed genoeg. Mijn duiveltje wrijft zich van plezier in haar handen als ik die lat weer eens oppoets terwijl ik dreig de delete-knop te lang in te drukken.

Vanochtend heb ik haar knock out geslagen. Ze ligt met afgebroken tanden bewusteloos in de hoek. Voorlopig zeurt ze niet. Het is tijd voor de grande finale. In mijn hoofd heb ik die al talrijke keren afgespeeld. Ik kruip terug in mijn personages. Lauren, die dacht dat ze alles op de rit had totdat het noodlot toesloeg. Heeft ze dat niet zelf veroorzaakt? En welke rol speelt Ellen? Kiest zij de kant van het slachtoffer of de dader? Ik weet het en binnenkort weten jullie het ook. Als de laatste pagina van Bonuszoon is uitgelezen.

 

Brilletje

Ken je ze ook? Van die volwassen mannen, met vergane sportambities mismoedig sjokkend achter hun vrouw aan, op zaterdagmiddag in de stad? In een glimmend blauw wit gestreept voetbalshirt, iets te strak gespannen over het uitdijend fysiek, in grote letters hun idool geprint op de rug. Of van die voorbij zoevende fiets-amateurs op zondag in het enige sporttenue waarop het Rabobank logo nog trots gedragen wordt. Ik word er altijd een beetje lacherig van. Recalcitrant ook. Dus die enkele keer dat ik me in een sportschool begeef, ga ik demonstratief in de grootste afgewassen joggingbroek die ik in de kast kan vinden en negeer de mistroostige blikken van de in de hipste sportkleding gestoken spierbundels.

Ik kan genieten van de aanblik op professionele sporters waar lijf en outfit in balans zijn als het gaat om strakheid. Hobbyisten in sporttricot worden al snel een beetje gênant. Daarom verberg ik me achter een handdoek als ik in mijn Speedo-badpak – mijn zomerbikini kan echt niet – het zwembad betreedt. Een maatje groter gekocht, want hemel laat het alsjeblieft niet te strak zitten. Geen tenencheck voor mij of het water een aangename temperatuur heeft. Gelijk erin zodat het Barbapapa-beeld subiet onttrokken is aan het zicht van de overige aanwezigen.

De eerste baantjes vallen tegen. Ik vind het koud en de spieren zijn stram. Vast mijn straf omdat ik weken heb gespijbeld. Wat zei de zweminstructeur ook al weer bij de laatste clinic? Vanaf maart minstens twee maal per week trainen en per april verhogen naar drie keer om het ijskoude water van de Amsterdamse grachten soepel te kunnen doorklieven. Ontmoedigd hang ik aan het startblok maar geef me dan een denkbeeldige schop onder kont. Ik laat me toch niet kennen? Ik zet af, hervat met onverschrokken enthousiasme de schoolslag en trek me niks aan van de bebrilde borstcrawl-types die me links en rechts voorbij schieten. Mijn ergernis over de stroom aan waterdruppels die deze onbekende chaperonnes op mijn gezicht achterlaten geven nog een extra push en 45 minuten later zijn de 60 baantjes in the pocket.

Ik heb 1.5 kilometer gezwommen en ben trots. Totdat ik in de spiegel kijk. Mijn bloed doorlopen chloorogen kijken me meewarig aan. ‘Je wordt er niet mooier op, schone zwemster!’

Met frisse tegenzin loop ik naar het winkeltje in het zwembad en schaf een Speedo-brilletje aan in fluoriserend blauw. Met ietwat rode konen reken ik af. Nu ben ik ook zo’n sneue amateur in een veel te professionele outfit. De gedachten aan de waterdruppels overtuigen me alsnog van de goede beslissing. Straks in de Amsterdamse grachten zijn de druppels voorzien van bacteriën, uitwerpselen van ratten, mensen en meer ellende die ik niet weten wil. Dus mijn brilletje gaat voortaan op. Nu nog regelen dat ik een sponsor vind voor de overige 35 brilletjes voor mijn collega-zwemmers. Wie biedt zich aan? http://www.swimfortim.nl

Soep is goed

Deze middag start met een helder moment. Resoluut sluit ik met het autoportier de waterkou buiten en spoed me richting de supermarkt. Niet veel later belanden boerensoepgroente, laurier, gehakt en twee stuks schenkel zonder aarzelen in mijn kar. Ik hoef over de boodschappenlijst niet na te denken. Mijn gedachten dwalen af naar mijn moeder die een kind verloor nog voordat ze ervan mocht gaan houden. Het recept kreeg ik met vele soeplepels ingegoten en sindsdien maak ik op gezette tijden haar fameuze groentesoep.

Denken aan haar doe ik geregeld maar niet vaak schieten mijn herinneringen naar dat cruciale moment in haar leven. In alle negenendertig jaren van ons gezamenlijk bestaan hebben we het nooit over haar grootste nachtmerrie gehad. Bijzonder eigenlijk. Is de reden simpel omdat een moeder van nature het kwaad bij haar kinderen weg wil houden?
Wat doe je dan als dat niet lukt en je geconfronteerd wordt met de breekbaarheid van het leven? Ik had haar tips zo graag geweten. Nu meer dan ooit.

Thuis orden ik de ingrediënten op het aanrecht en kort daarna onttrekt het kokende water de vleessappen uit het soepbeen. De honden verlaten vrijwillig hun slaapplek voor de kachel als de eerste bouillondampen de haardvuurgeuren overtreffen. Ze kwispelen naar hartelust en smeken me vol overgave naar de keuken.
Daar pieker ik de soepballen in het rond en zout ze met tranen van onmacht. Ik til de deksel van de pan en de ruimte vult zich met het helend aroma. Nostalgie vermengt zich met het heden. Vandaag wordt er veel gezwegen en meer gezegd door ogen die het even niet weten.

Twee viervoeters met een vette bek zorgen intussen voor een vrolijke noot als ze na het vakkundig afkluiven van het bot om een toetje likkebaarden. We gooien het zoveelste houtblok in de haard en het vuur laait op met nieuw elan. De studieboeken worden dapper opnieuw gepakt; een keer moet het toch lukken. Ik besef dat op dit moment een kanjer op het koude sportveld haar met een goal goede moed wil wensen.
Troostrijk zijn de lieve mensen die haar helpen de klus te klaren. Ze zegeviert, dat weet ik zeker al duurt dat helaas een tijdje. De vlag mag nog niet uit maar tot dat ogenblik schenken we gewoon bij tijd en wijle een soepkom vol. Want soep is goed.

Agenda

Al sinds ik mijn eerste exemplaar voor school mocht kopen, schep ik er elk jaar weer een kinderlijk genoegen in. Het formaat, de kleur, inhoud, stijl, hoeveel dagen op een pagina; alle varianten passeren mijn keurend oog totdat ik de juiste met licht verhoogde hartslag bij de kassa afreken. Mijn jaarlijkse keuze lijkt in eerste instantie gebaseerd op zakelijke motieven maar is feitelijk volslagen irrationeel en met emotie doorspekt. Zo heb ik veel te dure, leder ingebonden exemplaren die dermate zwaar wegen dat halverwege het jaar de hengsels van mijn tas volledig zijn ontwricht tot back to basic modellen die na gebruik als treurige muurbloempjes achter in de kast zijn gesmeten.

In dit digitale tijdperk word ik regelmatig vreemd aangekeken als ik de mijne op tafel leg. Ik heb het allemaal; smartphone, ipad, laptops in diverse maten maar ik zweer bij mijn papieren agenda. Een digitale kalender is aan mij niet besteed; elke goedbedoelde poging daartoe van mijn omgeving – het is zo lekker praktisch – vermijd ik als klassieke muziek op zondag. Een agenda wil ik ruiken, voelen, aanraken, terug bladeren, wegschuiven en vooruit plannen. Een agenda is in mijn ogen een metafoor voor het leven, een landingsbaan voor geschreven gedachten, een afschrift van gedane acties. Het is een testament van een jaar vol avonturen en momenten van stilte, diepte- en hoogtepunten en goede – vaak ridicule – voornemens die ik inmiddels lachend hebt weggewuifd.

Mijn agenda voor 2015 is zo’n standaard exemplaar zonder opsmuk. Kennelijk had ik eind vorig jaar behoefte aan een rustig kabbelend jaar zonder al te veel gedoe. De volgeschreven pagina’s en gebutste hoeken tonen het tegendeel. Het was een jaar van ongekend succes, euforie, opluchting en blijdschap. Het was ook een jaar waarin ik harder heb gewerkt dan ik ooit heb gedaan; een jaar waar ik dieper ben gekwetst dan mijn hart groot is en een jaar waarin datzelfde hart verwarmd is door alle vriendschap en liefde om ons heen. Een jaar waarin loslaten wederom mijn slechtste eigenschap is gebleken. Een jaar met een venijnig staartje waar grote zorgen en optimisme met elkaar de strijd aangaan.

Zoals een van mijn dochters wel eens zegt: “Bij ons kan het nooit eens normaal.” Nee kennelijk niet, daarom ga ik vandaag op zoek naar de meest extravagante agenda die ik kan vinden. 2016 moet een jaar worden van hoop, gezondheid, onvoorwaardelijke liefde, vriendschap en exorbitant plezier. Ik kan niet wachten om mijn naam in de onbeschreven pagina’s van deze nieuwe episode te schrijven. Ik heb mijn mooiste pen al klaar gelegd.

Regie

IJsbrand stond aan het hoofd van een gezin waar de wens om een dochter vijf zonen had opgeleverd en de maand standaard een week gebrek aan inkomen overhield. IJsbrand was handelsreiziger in zemen lappen. Vermoedelijk de enige in Nederland die zijn handel verkocht zonder in bezit te zijn van een rijbewijs. Opa Ies, aldus zijn koosnaam, reisde per trein.
In het gezin stak zijn vrouw regelmatig de draak met hem, maar daar buiten was hij de spil waar alles om draaide. Op Charlois was zijn bovenwoning het toneel voor vele samenkomsten van familie en de buurt. Toen hij na zijn pensionering met mijn oma een seniorenwoning in Amersfoort betrok werd hij vanzelfsprekend de coördinator van de gloednieuwe wijk. In het aanpalende bejaardenhuis organiseerde hij biljartcompetities voor de ingedutte oudjes. Hij overleefde mijn oma en toen zijn benen te stram voelden trok meneer Kalkman definitief in het huis der wijzen. Keu werd ingeruild voor schilderkwast en vanuit zijn rolstoel toonde hij fier zijn kunstwerkjes aan het verzorgend personeel.

Zijn doeken werden kleiner, de schildersvegen vager. De monologen van de man op zijn praatstoel verstomden en het werd stil om hem heen. Hij verhuisde naar het verpleeghuis en zijn bezit minimaliseerde tot een bed en een bescheiden ladekast voor de herinneringen die per dag inkrompen. Bij elk bezoek zag ik dat de oude baas een beetje meer was verschrompeld. De energie was eruit.

Tot die ene keer. In zijn demente verwardheid waande hij zich terug in de tijd. Er moest geld verdiend worden. Vanuit de gesloten afdeling, waar zogenaamd niemand ongezien weg kon, reed mijn opa in zijn hemdsmouwen het frisse herfstweer tegemoet. De rolstoelwielen liepen al snel vast in de drassige berm langs de snelweg en vastgezogen in de modder werd hij gevonden door een chauffeur van een bestelbusje. Rolstoel achterin en opa op de voorstoel. Op weg naar adres onbekend. Inmiddels was zijn afwezigheid opgemerkt en zo kwam hij hoog bejaard zelfs op de telex van de politie.

Ondertussen liet mijn opa het zich goed smaken bij de chauffeur thuis en na twee flinke borden en een paar jonge borrels wist hij zich zijn woonadres feilloos te herinneren. Breed lachend zwaaide hij de opgetrommelde familie bij terugkomst toe. Hij zweeg toen het verplegend personeel hem tussen de wit gesteven lakens stopte tot hij mij, zijn kleindochter, in het vizier kreeg. Iedereen moest de kamer uit en hij vertelde me zijn avontuur. Met twinkelende ogen en een glashelder geheugen. Twee dagen later was mijn opa dood. We waren verdrietig met een glimlach. Op het laatst had hij de regie over zijn leven toch weer terug gepakt.