Muurbloempje

Behang. Je hebt het in alle soorten en maten. Van dat snoezige behang dat je met de grootst mogelijke hormonale precisie in hoogzwangere status op de muren van het kersverse babykamertje strijkt.Om het jaren later te verruilen voor stoer automobielbehang in de peuterkamer. En tegenwoordig mag uiteraard het kleurrijke Pip-behang in geen enkele kamer van pre-puberale dames ontbreken. Eigenlijk übertruttig maar reuze leuk.

Er is prachtig behang. Schitterende dessins. Strepen. Met sierlijke krullen. Goud brocant. Fotobehang. Roosjes behang. Natuurbehang. Dierenbehang. Uni behang. Retro behang. Patroon behang. Bakstenen behang. Je kan het zo gek niet bedenken-behang. Er is veel te doen over behang. Laatst heb ik met verbazing naar een documentaire gekeken over het ontwerpen van behang. Speciale behangontwerpers. Jarenlang op de kunstacademie gezeten om vervolgens streepjesbehang te gaan ontwerpen. Duh! En geheel naar deze moderne tijd zijn er tegenwoordig ook  hele hippe behang webshops te kust en te keur.

Behang is hot! Je hoeft geen woontijdschrift open te slaan, en dat doe ik regelmatig de laatste tijd, of er staat wel iets in over behang. Maar ik heb er helemaal niets mee. Nooit gehad ook. Ik heb in mijn leven heel wat geklust, geschilderd, geschuurd, gezaagd en getimmerd. Ja, zelfs met stuc gekliederd. Al was dat experiment wat minder succesvol. Of positiever gezegd; het resultaat van  mijn stuckunsten was op z’n minst heel creatief te noemen. Aan behangen heb ik me echter nog nooit gewaagd. In de babykamer van mijn meiden ben ik mij, met mijn dikke zwangerbuik, te buiten gegaan aan het schilderen van lieve kabouters in alle kleuren van de regenboog en in de opvolgende peuterkamer heb ik mijn ouders opgezadeld met het enige kinderbehang dat ooit mijn huis is binnen gedrongen. Ik heb het nooit zien zitten. Dat geklieder met die klodders lijm. Nooit heb ik de volgorde kunnen onthouden. De klodders eerst op de muur, of juist op het behang? Het vouwen van die lange lappen heb ik ook nooit begrepen. Met vouw en al op de muur en het dan vervolgens weer los zien te krijgen. Niets voor mijn ongeduldige natuur. Ik hou van strac gestuct. Lekker glad. Zonder gekrioel op de muren. Dat leidt maar af.

Sinds kort hou ik me toch weer bezig met behang. Veel behang. Heel veel behang. Grote stukken op hele lange, brede muren. Kamer naar kamer. Beneden, boven. Overal. Laag op laag op laag op laag. Op laag. En nog een laag. In de meest afschuwelijke kleuren en patroontjes. Ik durf het zelfs geen retro meer te noemen. Pre historisch is een betere benaming. De willekeurige bezoeker van Villa Kakelbont treft mij de afgelopen weken steevast in dezelfde pose aan. Steaming hot witte stoom pruttelt liter na liter uit het stoomapparaat. De ruimte om mij heen wordt mistiger en mistiger. Het doet mij denken aan de rookmachines van vroeger in de disco. Maar dit keer sta ik niet midden in de ruimte. Swingend. Centraal op de dansvloer. Nee! Ik ben gedegradeerd tot muurbloempje. Nagenoeg vastgeplakt tegen de muren. Met chronisch zware armen als uitgelubberde spagettislierten door het urenlang zwoegen boven mijn hoofd.

Ik had het zo simpel bedacht. “We huren twee stoomapparaten en het eerste weekend in de Villa jassen wij dat papier er wel eventjes vlotjes vanaf”. Een leuk karweitje voor de meiden. Easy does it! En als de dames het niet meer zouden zien zitten, vanwege hun snel afgeleide puberbrein, zou ik het klusje zelf wel even klaren. Ik had er zin in. Kreeg er visioenen van. Met zo’n stoomapparaat is het toch eenvoudig. Even sissen tegen de muur. Je pakt een tipje tussen duim en wijsvinger en dan roetsjjjj…. van die heerlijke, lekkere lappen eraf. Het is als vellen trekken van een roodverbrande rug. En het liefst natuurlijk van een woest aantrekkelijk mooie mannenrug. Het is vast niet lady-like om te zeggen, maar oh, oh wat schep ik daar een genoegen in. Rood slachtoffer gewillig op een handdoekje op het zand. De zinderende zon hoog aan de hemel. Wijntje in de hand. Het puntje van de tong wellustig uit de mond. Even pulken en dan…..Heerlijk van die prachtige lange repen. Mmmmm. I love it!

Helaas laat de Villa mij hardvochtig uit deze zwoele droom ontwaken. Niks geen soepele, sexy ervaring. Geen gespierde mannenrug waar je stiekem in wilt bijten. De muren van Kakelbont laten zich aanraken als een dikke getaande huid. De spatel van het sputterende apparaat naast mij lijkt looizuur in plaats van stoom te lekken. Ik peuter, pulk, frunnik en friemel. Merk dat naast duizenden patroontjes er ook in kwaliteit verschillende soorten behang bestaan. Wij hebben ze in het ergste soort: ondoordringbaar vinylbehang. Stoom noch water komt er doorheen. Het ingeplande eerste weekend wordt verlengd. En nog eens. En nog eens….

Bij de verhuurafdeling van de Karwei kennen ze inmiddels mijn naam. Al weken zijn stoomapparaat en ik als brothers in arms. Het duurt even, maar laag na laag verdwijnt als de 5 lagen van een huid. Eeltlaag, Opperhuid, lederhuid. Een saaie klus, maar het moet eraf.  Want binnenkort komt de man met het witgrijze poeder. Dit poeder, vermengd met het nodige water verandert de pokdadige muren dan gelukkig tot een, door mij zo vurig gewenst, strak gestuct geheel. Weken van, inmiddels enigszins sjagrijnig gefröbel, verdwijnen spoedig achter deze witte pracht. De gedachte daaraan geeft mij moed om nog even door te zetten. Nog één zondag als muurbloem en dan is de ellende gedaan. Eén ding weet ik inmiddels meer dan alles zeker: behang is absoluut niet mijn ding!

 

 

 

 

 

Spinrag

Daar sta je dan. Te grote overall. In de meest lelijke kleur oranje. Stofkapje op de snoet. Ragebol en muizenlokdoos in de aanslag. Het jarenlang zo zorgvuldig opgebouwde high heels hittepetitten image in één klap naar de knoppen. Gelukkig geen spiegel in de buurt en plek des onheils is de kelder. Geen levend wezen te bekennen. Of het moeten de duizenden krioelende spinnen zijn die zich in rappe tred naar de uiterste hoekjes begeven. Gestoord door het oranje gevaar dat zich ineens in hun domein ophoudt.

Ik loer in het rond. Wat heb ik mijzelf nu weer op de hals gehaald. In mijn niet aflatende pogingen om te laten zien dat ik toch vooral een onafhankelijke vrouw ben die zich niet zo maar uit het lood laat slaan en stoer haar mannetje staat. Spinrag hangt als een ondoordringbaar wolkendek aan het plafond van de ondergrondse gewelven van Villa Kakelbont. Ondefinieerbare hopen zand en stof in alle hoeken. Een zachte windvlaag kust heel voorzichtig van achteren mijn nek. De kennis over de privégrafkelder van de eerste heer des huizes gaat onvermoed met mij aan de haal. Nuchterheid helpt mij niet als ook het electrisch licht wat kuren begint te vertonen.

In mijn linkerooghoek zie ik de hoop zand in de eerste kelderschacht bewegen. Nauwelijks waarneembaar, maar toch. Er beweegt iets! Euh….ik denk dat ik moet plassen. Of zal ik even koffie zetten voor het hardwerkend manvolk op één van de bovenverdiepingen? De hond. Ja, de hond moet uit. Laat ik dat ook even doen. En zal ik dan ook gelijk even de lunch verzorgen? Zoals een goede gastvrouw betaamd.

Hmmm, beetje jammer dat er weinig manvolk boven te bespeuren is. De hond zichzelf al uren uitlaat buiten in de afgetrapte tuin en haar neus nadrukkelijk door de afrastering drukt. De heerlijke wildgeuren opsnuivend en daarbij vooral niet gestoord wenst te worden. En tja, het is 10.00 uur. Nog een beetje vroeg voor de lunch.

Geen excuses te vinden dus. Daar gaan we dan. Er tegen aan. Ik zal eens laten zien dat ik dit klusje klaren kan. Ben toch zeker niet bang voor een spinnetje…..of duizend. En die bewegende hoop zand? Dat is gewoon de tocht door het openstaande raam. Nietsontziend stort ik mij in het grijze wolkendek. Ik maai de ragebol er als een slagersmes doorheen. Geen centimeter is er voor mij veilig. Een vallende spin wordt vermorzeld onder mijn linkerschoen. Gotcha! Ik begin er zowaar lol in te krijgen. De ragebol lijkt al snel op de mega uitvergroting van een getoupeerde haardos. Grinikkend moet ik denken aan de nickname die wat zakelijke heren voor mij hebben bedacht. Duh! Ze zouden me nu eens moeten zien. Dan piepen ze wel anders.

Piepen? Piepen? Piep!!!! Weerklinkt er als een leeglopende fietsband vanuit mijn keel. Een donzig bolletje grijze wolk knalt via mijn hoofd, langs mijn rug en eindigt rollebollend voor mijn voeten uit over de grond. Het komt tot stilstand tegen één van de pilaren van het fundament. Het bolletje heeft ogen. En een snuit. 2 pootjes. En iets wat ooit een lijfje was. Een voorkant van een muis aangekleed in een jurk van spinrag. Met een wat druiperig uiteinde. De aanblik op deze stoffige en zompige substantie en de wetenschap dat dit even ervoor nog op mijn hoofd lag, doet mij verlangen naar de duurste en welriekendste shampoo ooit.

Ik hoor niks. Ik zie niks. Geen te hulp schietende voetstappen op weg naar het gegil uit de kelder. It’s me, myself and…..de muis! Zelfs de al maar bewegende hoop zand in de hoek is tot stilstand gekomen. De oogjes kijken mij nog steeds aan. Het licht is eruit. Een lichte huivering schiet over mijn rug. Zachtjes schuif ik met mijn trouwe vriend de ragebol het ontbindende bolletje voor mij uit. Ik doop de vuilniszak als persoonlijke graflocatie voor meneer Muis.  Met een heroïsch gevoel kijk ik de vallende muis na in de donkere Komo-zak. Nu kan ik alles aan! Ik ploeter mij door de ranzigheid van de diepste krochten van de Villa heen. De ragebol flitst in een ritmisch tempo van links naar rechts. Schoon zal het worden. En schoon wordt het. Zweet op de rug. Stof in alle poriën. Mijn haren spontaan volslagen grijs. Maar de kelder is ontdaan van alles wat ooit spin was. Missie geslaagd. Eureka! Op naar het volgende project!

In het huis

1 november. 17.30 uur. Het schemert. Een windvlaag vouwt zich als een klamme doek om ons heen. Met de schouders diep weg gestopt in onze jassen naderen wij het donkere huis. Hand in hand. We kijken elkaar aan. Vol verwachting en met blijdschap. Dit huis. Het is nu van ons. Een beetje gespannen ook. De eerste keer dat onze puberdochters het huis aanschouwen. 4 puberdochters die niet allemaal staan te trappelen om in deze wildernis te gaan wonen. Is dit het juiste moment voor hun eerste entree? Ons Villa Kakelbont toont in de late herfstschemer toch wat sinister.

De deur gaat krakend open. Een muffe walm slaat ons in het gezicht. Schuifelend gaan de dames naar binnen. Stil. Het kakelvolume op 0. Langzaam ontvouwt de Villa haar verborgen schoonheid aan het toetredend volk. Mensenvolk. Dat is een tijd geleden. Het stof dwarrelt op. Geritsel in de hoeken. Vlak achter ons, vanachter de buitendeur rolt een loeiend geluid ons tegemoet. Verschrikt grijpen de dames elkaar vast. Bedenkelijk wordt naar ons omgekeken. Waar hebben wij ze naar toe gesleept?

Snel een trap gepakt. Lampen ingedraaid. Een gele gloed verspreidt zich door de woonkamer. “Vies! Oud! Lelijk behang!” Woorden van ontzetting rollen over de lippen. Even slaat bij ons de vertwijfeling toe. Bij ons, die de Villa al zo zeer in het hart gesloten hebben. Wat hebben we gedaan! “Groot!, Gaaf!, Mooie trap” roepen de dames als zij hun weg vervolgen langs de treden van het majestueuze trappenhuis. We horen ze boven rennen van kamer naar kamer. De kakelstand staat nu voluit. Er wordt gelachen, gejoeld, bewonderd. Hun toekomstige kamers lijken wel balzalen. Een voorzichtige grijns verschijnt er op onze gezichten. We knijpen elkaar van geluk maar weer eens in de hand en lopen zachtjes de trappen op. Luisterend naar de commentaren van onze meiden. We horen zelfs de grootste tegenstander stiekem grinniken. Aangestoken door de andere drie.

Een angstaanjagend harde gil test de fundering. De zaklamp valt van schrik. Onze kleinste dame klampt zich vast. Een ongewenst huisdier. Zo maar in haar nieuwe kamer. Speert in paniek van kamer naar kamer. Zelfs over haar schoenen.

De zaklamp knipt aan. 2 kraaloogjes staren ons angstig aan. Gestoord in een beginnende winterslaap. In het huis dat zo lang met rust is gelaten. De aanblik op zo’n lief, klein veldmuisje doet zelfs onze Benjamin smelten. Heel even, want dan……

“…….Psssssssss Eruit! Scheer je weg!” Zes trotse monden roepen luidkeels uit: “ Vanaf vandaag is dit van ons. Ons Villa Kakelbont.”