Sinterklaas

Ha mam, het is vandaag weer 5 december. Sinterklaas. Een dag waarop ik in de spiegel kijk en aan je moet denken. Hoe zou het met je zijn? Kijk je af en toe eens naar beneden en schud je met je hoofd? Of moet je soms ook schaterlachen met de jouw welbekende uitbundige lach om de capriolen van jouw dochter?

Sinterklaas. Een dag die jou paste als de mantel Sinterklaas. Nog met enige regelmaat vertel ik hoe jij voor een peuterklas vol met gespannen gezichtjes het Sinterklaasfeest omtoverde tot een waar kinderfeest zonder vrees van welk bang uitgevallen kind dan ook. Op voor mij nog altijd wonderlijke wijze was jij in staat om alle kinderen mee te nemen in je verhaal. Je boeide, je verraste, je maakte ze deelgenoot van het Sinterklaasgeheim zonder hun geloof te ontwrichten. Voor de ogen van de kinderen kleedde jij je om. Sint’s jurk, de mantel, de handschoenen. De baard werd zorgvuldig opgeplakt. En als ie scheef hing, plakten de kinderen behulpzaam de witte pluis weer recht op je toet. Ook hielpen ze met het opzetten van de mijter. En dat was een heilig moment. Ineens was je niet meer juffrouw Tonny. Je was Sinterklaas! En zij zelf waren de pieten. Wat een prachtige happening maakte jij er altijd van. Ik weet zeker dat jij honderden kinderen een herinnering voor het leven hebt meegegeven. Mijn boekenkast kraakt van de hoeveelheid foto’s van al die, voor mij totaal onbekende, kinderen en hun lachende koppies. Met jou als centraal middelpunt. Van nature.  

Sinterklaas. Dat was ook iets van ons. Voor mijn tegenwoordige adoptief familie speelden wij Sint en Piet. Ondanks dat de witte baardvlokken op de rug van de hond en jouw twinkelogen het kinderbedrog wel heel erg zichtbaar maakten, wist jij de kinderen zonder moeite te overtuigen. Op een heel natuurlijke wijze. Vanzelfsprekend. Jij was de Sint. De kindervriend in optima forma.

Dat was je zeker. Een kindervriend. Er was eigenlijk geen kind waar jij geen klik mee had. Vroeger, in Delft, waar jij jaren de leading lady van de peuterspeelzaal was, kon ik niet even snel met je naar de stad. Het duurde uren. Niet vanwege shopaholic gedrag, maar omdat je werkelijk iedereen kende. De kinderen die je op de speelzaal had gehad. En later daar dan weer de kinderen van. In Wijk bij Duurstede en Odijk was het niet veel anders. En zelfs op het allereerste schoolfeest van jouw eerste kleindochter trok jij de aandacht van de kinderen naar je toe. Je kreeg het voor elkaar om dat iets te dikke meisje toch te laten turnen op de rekstok. En dat sippe kind op de achtergrond kreeg jij aan het lachen.

Je kreeg 2 kleinkinderen. Wat was je daar blij mee. Ze hebben veel te kort van je mogen genieten. Wat vind ik dat een enorm gemis voor hen. Maar ondanks hun jonge jaren en die korte tijd met jou hebben ze veel dierbare herinneringen, die in hun geheugen gegrifd lijken te zijn. Jouw naam schiet nog regelmatig over tafel. Over die van ons. Maar ook over die van de buurkinderen. Inmiddels allemaal pubers.

Pubers. Dat zijn jouw kleinkinderen nu. Mooie dames. Prachtige meiden. Alletwee met een eigenzinnig karakter. Geen doetjes. Heerlijk. Daar hou ik van. En jij ook. Dat weet ik. “Was sich liebt, das neckt sich”. Zo is het ook mam. Want poeh, wat ik vind ik het soms lastig. En merk dat ik regelmatiger dan eerst naar boven kijk. Hoe deed jij dat mam? Ik was er ook zo één. Zo’n puber. Die ook nog eens erg gefocust was op papa. Weinig meedeelzaam. Slecht delend. En vast ook heel erg  “me, myself and I”. Ik realiseer me nu dat ik vast niet makkelijk voor je ben geweest. Dat ik kwetsend was soms. Oef, dat was vast een bittere pil voor je. Jij was net zo’n mens van emoties als ik nu ben. We lijken in dat opzicht veel op elkaar. Je was beschermend. Ik ben een moederleeuw. Loslaten, anders vasthouden. Het klinkt prachtig in theorie. Maar doe mij nog maar eens een cursusje praktijk van een ervaringsdeskundige! Verstandelijk weet ik het allemaal wel mam. Maar gevoelsmatig is toch wel hele vette andere koek. Zeker nu ik op een keerpunt sta van mijn leven. Een keerpunt dat niet automatisch van harte wordt omarmd door het liefste wat mij lief is.

Hoe had jij het aangepakt mam? Jij hebt voor een vergelijkbare situatie gestaan. En ik kan me weinig herinneren van jouw aanpak in die tijd. Ik weet het verdriet. Ik weet mijn boosheid. Maar ik weet niets meer van hoe jij daar mee om bent gegaan. Dat kan maar één ding betekenen. Dat het heel natuurlijk is gegaan. Dat jij als geen ander in staat bent geweest om de zaken in goede banen te leiden. Jij, als natuurlijk baken voor heel veel kinderen. Ook voor mij. En mijn hemel, wat heb ik dat eigenlijk veel te weinig laten merken. In die tijd. Ik geloof dat het later wel goed is gekomen. We zijn elkaar heel na gegroeid. Zeker ook in de periode zonder papa.

Gut, wat een getreur he mam. Geen zorgen hoor. Niks ervan. Schouders eronder en gaan. Ook dat heb ik wel een beetje van jou. Aan positieve inslag bij jou en papa geen gebrek. Fijn is dat altijd geweest! Sterk ook. Daarom gewoon over tot de orde van de dag. Sinterklaas dus. We gaan er weer een leuk feest van maken. Toch zou het fijn zijn als jij je vandaag  nog eens om zou kunnen toveren tot Sinterklaas. Heel even maar. De rode mantel om. De handschoenen aan. Een prachtige, fonkelende ring om je vinger. Het dikke boek van Sinterklaas op schoot. Je zou het open slaan en vertellen. Jouw ervaringslessen. Want jij bent tenslotte De Sint. Ik zou aan je lippen hangen. Als een kind met een rotsvast geloof in Sinterklaas. Wat zou dat een mooi kado zijn vandaag.