Wat een dag!

Ik schrik wakker. Ineens. Geen idee waarom. Niet door de wekker. Dat geluid herken ik al voordat mijn telefoon goed en wel luidkeels begint te bleren. Enigszins verdwaasd kijk ik naar de cijfers. Mijn trouwe Iphone laat 07.45 uur zien. Dat had 06.15 uur moeten zijn vandaag. Shit! Ik spring uit mijn te lekkere, warme bed. Een ijzingwekkende kilte slaat om mij heen.

Een brul naar beneden. Mijn meiden liggen ook nog als warme marmotjes onder dikke dekens verborgen. Wakker worden. Nu! We moeten werken, naar school, de orthodontist, de schaatsbaan….

Mijn hemel, wat is het koud. Is de verwarming soms uitgevallen? Al tandenpoetsend, pink ik voorzichtig de gordijnen iets open. Witte wereld. De kleine vlokjes van gisteravond hebben zich vermeerderd tot een flink pak sneeuw. De hond ziet de witte pracht en jankt van vreugde. Ze ruikt bos, ballen, rennen en duiken in dat witte dons. Even wachten zwarte donder. Er staat een druk programma op de rol.

De eerste afspraak. De grote, kleine dame wordt vandaag een beugelbekkie. Auto in en ik merk het al voordat ik het pad af ben. Mijn leenauto heeft zomerbandjes. Glibberend en glijend rijden wij over de nog ongezouten provinciale weg. Haasten heeft geen zin, al zou ik dat wel willen. Nog net op tijd verschijnen wij op afspraak in het iets te witte en veel te dure pand en melden wij ons op volledig digitale wijze aan. Alsof je een levensechte Iphone betreedt. Hier nog geen crisis, bedenk ik me altijd als ik hier binnen stap.

En dan staat de tijd gewoon even stil. Een kwartier. 30 minuten. Een uurtje. Anderhalf. Na ruim twee (!) uur laat de immer vriendelijke assistente ons uit. Zich van geen kwaad bewust. Eén buitenboordbeugel rijker en de wetenschap dat we volgende week weer mogen voor de tweede variant: de blokbeugel. Tuurlijk! Als we iets doen; doen we ook de Full Monty! We glibberen met ons niet op het weer aangepaste schoeisel het parkeerterrein af en ploegen ons richting openbare weg. Met een glijdende BMW op zomerbandjes die ik inmiddels, enigszins geagiteerd, vergelijk met een Eend op naaldhakken. Ondertussen vibreert mijn jaszak. Een sms van de andere dochter. Die al foeterend van de kou deze morgen haar weg is gegaan naar de verplichte indoor-schaatsochtend. All the way naar Utrecht. Vergezeld door miljoenen koude, witte donsjes uit de lucht. Een enorme opgaaf voor deze niet-sportminnende fashionbabe. “Mam, ik heb een klapband. Wat nu?” Tja, wat nu?! Ik kijk nog eens vertwijfeld op mijn telefoon. Ik had dus nu gewoon al ruim een half uur op mijn eerste zakelijke afspraak moeten zijn. En dochterlief is met haar kapotte fiets natuurlijk niet echt in de buurt.

Ik drop het beugelbekkie af op school en schiet nog maar even het huis binnen om mijn haardos te fatsoeneren. Door haast met natte haren op pad in de vrieskou creëert een bijzondere , laten we zeggen, niet al te zakelijke coupe. Inmiddels wat telefoontjes plegend, negeer ik de totaal overstroomde mailbox. Die toch al wat overbelast was door mijn spontane spijbelactie van gistermiddag. Ik zou het allemaal goedmaken met werk vandaag dacht ik gisteravond. Yeah right! Het is inmiddels 12.00 uur en nog geen mallemoer gedaan dus.

Ik merk al snel dat het plotselinge winterweer ook voordelen heeft. De afspraken verdwijnen als sneeuw voor de zon uit de agenda. Moeiteloos worden ze verschoven naar een weekje later. Ik verheug me nu al op een middagje “laptop buffelen”. Even de schade inhalen. O ja, de oudste dochter. Die met die kapotte fiets. Waarmee ze morgen gewoon weer naar school moet fietsen. Als “selfmade klusjesmom” ben ik niet te beroerd om een hamer en beitel ter hand te nemen, maar een fietsband plakken is niet echt mijn ding.

Ik stort me nog even gauw op wat mailtjes totdat dochterlief door de bus praktisch voor de deur wordt afgeleverd. We bespreken de “hoe krijgen we de fiets weer in De Bilt-strategie”. Buiten, onder een inmiddels nog dikkere witte deken, staat een nog erg nieuwe, donkerblauw metallic leenauto. Daar moet de fiets in. Zonder krassen. Want morgen moet de auto weer retour garage. Onbeschadigd het liefst. Gewapend met een grote plaid tuffen wij naar de plek des onheils. Wegen inmiddels prima begaanbaar, dus even een tandje sneller. Het werk roept. Nog steeds. Steeds harder ook.

De fiets staat daar waar een auto niet kan komen. Dochter gedropt en afgesproken bij de eerstvolgende straat. Ik duik het ijzige eenrichtingsstraatje in. Snel parkeren en alvast de achterbank naar beneden halen. Plaid erover om beschadiging te voorkomen. En dan maar wachten op dochter met fiets. Ja, die marsroute ken ik als geen ander. Ik ben tenslotte al jaren ervaren om elke zakelijk bedoelde auto alras om te toveren tot goederenvervoer, botentrailer en klusbak. Zo niet deze keer. Vertwijfeld zoek ik naar wat knopjes in de achterbak. Zonder handschoenen, open jas en niet-waterproof mascara, merk ik al snel. Autotermdefinities zijn aan mij niet besteed, maar eentje snap ik sinds vanmiddag als geen ander. Sedan; volgens wikipedia “een carrosserievorm met vier portieren en een kofferbak waarbij de afzonderlijk afgesloten bagageruimte meestal niet via het bestuurdersgedeelte bereikt kan worden.” Nou, dat klopt hoor! Mijn verkleumde, zonder handschoenen en shawl, gearriveerde dochter kan ik kunstmatig blijmoedig mededelen dat de wandeltocht nog iets langer gaat duren. Op naar de fietsenmaker. Ik zou volgen met de zakelijke, onpraktische bolide.

Ik stap weer in en bedenk me dat ik onmogelijk kan keren in dit veel te krappe eenrichtingsstraatje dat net zo goed door kan gaan als de indoorbaan van het Thialf. Ik ken deze buurt niet echt op mijn duimpje en op goed geluk glij ik de straatjes door. Neem voorzichtig, maar toch nog iets te snel, de bocht en blijf glijden. Rustig, maar heel trefzeker richting het rijtje geparkeerde auto’s links van mij. Zachtjes vlij ik mijn Sedan tegen een donkerrood exemplaar. Ik stap uit en bekijk de schade. De witte deken heeft beschermend gewerkt. Geen krasje, geen afdruk, helemaal niets!  Yes! Opgelucht vervolg ik mijn weg totdat de telefoon begint de rinkelen. Dochterlief staat inmiddels te blauwbekken voor de deur van de fietsenmaker. Ik trap het gas weer iets te snel in. Hallo stoep. Leuk je te ontmoeten! Uiteindelijk de wijk uit en de begaanbare weg weer op. Daar staat ze. Mijn blonde diva. Samen stappen we de warmte van de winkel in. Smekend kijken wij de man in kwestie aan. Bandje plakken? Kan dat nu? We negeren de batterij aan fietsen die voor ons staat. Hij helpt ons gauw uit onze positieve droom. Dat gaat dus niet meer lukken vandaag. We stappen in de auto. Al rijdend gooi ik de agenda voor morgen in mijn hoofd al om. Het wordt een autoretourtje school morgen dus.

Richting huis stoppen we nog even bij de benzinepomp. Geïnspireerd door de kou kopen wij twee balen haardhout. We stoken de boel maar eens goed op thuis. Inmiddels 16.00 uur. Ik stop het haardhout in de kachel. De fik erin.

Beugelbekkie is inmiddels terug gekeerd van school  met haar standaard welkomstgroet “Wat eten we vandaag? “ Ik kijk nog even naar mijn overvolle mailbox en haal ineens mijn schouders op. Vond ik gisteren geen runderbraadlappen in de vriezer en heb ik die vannacht in de koeling laten ontdooien? Ik pak die mooie, nostalgische geel geëmailleerde pan uit de kast. Laat de roomboter langzaam pruttelend smelten. Het vlees sist zodra het de bodem bereikt.  De lucht van geroosterde oregano, laurier en gebraden vleessappen cirkelt de kamer in. Draadjesvlees. Dat ruikt zo heerlijk naar vroeger. Ik raak in de stemming en doe de kaarsjes aan. Gooi nog een blokje op het vuur. Knetterend lachen de vuurspetters mij tegemoet. Wat een dag! Weet je wat? Ik geef het op vandaag. Ik ga een potje schrijven.

De Steppen

Ik kijk uit over de steppen

Grauwe, grijze Nederlandse winterkou

Ik hou niet van dit natte weer

Maar het uitzicht doet mijn afkeer snel vergeten

Ochtenddampen dansen rond de zwarte koeien

Snuivend, grazend schuiven zij dagelijks voorbij

Zij trekken voort, de verte in

Langzaam en imposant, als onoverwinnelijke tanks

Het dartele, laat geboren koeienjong blijft achter op de groep

Moedergeloei uit de verte doet het jong sneller rennen

De kudde weer compleet

Ik draai mij om naar Kakelbont

Ons familiehuis in wording

Twee paar ogen treffen elkaar

Onuitgesproken woorden vinden elkaar in de lucht

Ons huis. Het staat op de juiste plek!