Apart?

“Mama, bij ons gebeurt er altijd wel wat aparts…..” Dat zegt mijn dochter als we tegen middernacht, uit onze slaap gerukt door een krijsend brandalarm, in een snel aangeschoten spijkerbroek en op onze blote voeten in de hal staan van het Parijse hotel. Onze verblijfplaats voor een paar dagen ter viering van het feit dat mijn jongste spruit haar laatste dagen op de basisschool slijt en binnen enkele maanden zich officieel brugpuber mag noemen.

Thuis gekomen verhalen wij over onze escapades in Parijs, inclusief het brandalarm-incident, en al snel vliegen de voorbeelden van aparte gebeurtenissen als één grote aaneenschakeling over tafel.

Van een aan de grond gehouden toestel in Athene vanwege een dronken piloot tot aan een door een mannetjespelikaan, tijdelijk,  opgeslokt hoofd van toen nog peuter Floor; ingesneeuwd middernacht aankomend in een “Haloween” kroeg met allemaal duistere types en dan doodgemoedereerd toch maar een drankje bestellen….Het ene na het andere voorval passeert de revue, gelardeerd met vrolijk gegrinnik maar soms ook met een bedenkelijke blik van de pubers die weer terug denken aan één van de impulsieve acties van hun mama.

Impulsief? Ach…Je moet uit het leven halen wat er in zit. De dood of de gladiolen is mijn levensmotto. En ik zorg er wel voor dat de bossen gladiolen in grote getale aanwezig zijn!Onbezonnen? Nee dat niet! Want ik ben altijd wel bij mijn volle verstand of beter gezegd bij mijn volle gevoel….

En zo gebeurt het dan dus dat je ineens een heftige onderhandelngsstrijd levert met een ijzige curator en als overwinnaar uit de strijd komt. Een staaltje van perfect teamwork van het kersverse stel. Daarna komt dan pas bij mij de realisatie dat de hele situatie best wel apart is. Ik geef gelijk toe; mede ingegeven door de hier en daar zeer bedenkelijke gezichten die ik echt wel gezien heb. En toch heb ik nooit echt spijt van de dingen die ik doe. Zeker nu niet. Natuurlijk was het op z’n minst apart om binnen 4 maanden na 5 mei 2012 in een avontuur te storten dat in eerste instantie niets meer leek dan een dampende vuilnisbelt waar de muizen vrij spel hadden. Om maar te zwijgen van de rat en de honderden vliegen, weggestopte pornoboekjes en andere ranzigheid. Zeker ook apart omdat ik, ongevraagd, het leven van mijn kinderen omgooi. Wat die wetenschap exact met mij (en mijn kinderen) doet, komt te dichtbij om aan het papier toe te vertrouwen.

Al geloof ik heilig in het feit dat altijd alles goed komt, de twijfel slaat soms best wel toe over mijn eigen optreden. Mede ingegeven door de wat negatievere elementen in mijn leven. Tijd voor zelfreflectie. Doe ik het allemaal wel goed?

Tussen de schilderbedrijven door maak ik af en toe al een beetje schoon schip in het huis dat ik binnenkort ga verlaten. Ineens stuit ik op een grote stapel vergeeld papier. Een mooi ouderwets handschrift met sierlijke krullen trekt mijn aandacht; verhalen van mijn reeds lang overleden opa. Verhalen die hij voordroeg in het bejaardenhuis; zijn woonverblijf toen het alleen wonen wat te ingewikkeld werd. Het was geen man voor zo’n treurig instituut, maar door zijn voordrachten maakte hij zijn verblijf en dat van zijn medebewoners toch weer aangenaam. Van iets negatiefs iets positiefs maken. Ik herken dat wel.

Ik blader de stapel door en de prachtige verhalen komen weer tot leven. Mijn opa kon goed schrijven! En hij maakte nog wel eens wat mee. Zo gebeurde het dat hij ver in de zeventig voor het eerst met het vliegtuig ging. Helemaal naar Australië. Naar zijn zus die hij al jaren niet meer had gezien en nu het nog kon toch een keer wilde bezoeken. Mijn opa sprak geen Engels, had nog nooit gevlogen en ging gewoon in zijn eentje naar het andere eind van de wereld. “Moet kunnen” vond hij! Zijn zoons ietwat zenuwachtig achterlatend. En wat dacht je van hun gemoedstoestand toen zij bemerkten dat hij tijdens de tussenstop in het verkeerde vliegtuig was gestapt en in Japan uitkwam in plaats van een paar duizend kilometer verderop? Zo niet mijn opa. Die regelde het wel. Hij zag uiteindelijk zijn zus, haar nieuwe moederland en had ook nog eens voldoende inspiratie voor een machtig mooi reisverhaal waarmee hij na thuiskomst menig huisgenoot weer eventjes jong heeft laten voelen.

Mijn opa was vroeger handelsreiziger in zemenlappen. Hij toerde door het hele land. Met de trein. Want een rijbewijs heeft hij nooit gehaald. Dat dit ook helemaal niet nodig was, bewees hij aan het einde van zijn leven. Het bejaardentehuis was inmiddels ingewisseld voor een verpleegtehuis. Gekluisterd aan een rolstoel en meestentijds zo dement als een deur. Voor hem geen biljarten meer met zijn maten. Geen voordrachten meer van zijn verhalen aan ieder die het horen wilde. Ik vond de teloorgang van deze eens zo trotse man akelig om te zien. De reden dat ik er niet zo vaak meer kwam. Tot die ene keer. De laatste keer.

In zijn demente verwardheid waande hij zich terug in de tijd. Hij moest op pad. Geld verdienen voor zijn gezin met 5 opgroeiende zonen. En uit de gesloten afdeling, waar zogenaamd niemand ongezien weg kon, reed mijn opa in zijn hemdsmouwen het frisse herfstweer tegemoet. Het terrein af, richting snelweg. Op weg naar zijn klanten. De rolstoelwielen liepen al snel vast in de drassige berm en vastgezogen in de modder werd hij gevonden door een chauffeur van een bestelbusje. Handig! Rolstoel achterin en opa op de voorstoel. Adres onbekend!

Inmiddels hadden ze in het verpleegtehuis zijn afwezigheid opgemerkt en was de familie in allerijl opgetrommeld. Ook de politie werd ingeschakeld. Hoog bejaard en dan sta je op de telex. Wie kan dat zeggen? Ondertussen zat mijn opa op zijn gemak bij de chauffeur thuis waar de vrouw des huizes een heerlijke boerenkoolmaaltijd serveerde. Na twee flinke borden en een paar jonge borrels (die hij in het tehuis al lang niet meer mocht) wist hij zich zijn woonadres ineens feilloos te herinneren. Als een vorst zat hij op de passagiersstoel toen het bestelbusje de parkeerplaats opdraaide waar de ongeruste familie en verplegend personeel al op hem stonden te wachten. Het verplegend personeel stopte hem met schuldige gedrevenheid in een vers opgemaakt bed. Zijn kleine hoofd stak nog net boven de wit gesteven lakens uit. Hij zei helemaal niets toen zijn aanwezige zoons hem enigszins vermanend toespraken dat het echt niet handig was om in dat koude weer zonder jas zo maar weg te rijden. Hij knikte, maar bleef zwijgen. Totdat hij zijn kleindochter in het vizier kreeg. Iedereen moest de kamer uit. En toen vertelde hij mij zijn verhaal. Met twinkelende ogen en een glashelder geheugen. Dat hij iedereen tuk had gehad. Hoe gezellig het was bij die mensen thuis. Hoe heerlijk de borrel had gesmaakt. Hoe majestueus zijn rentree in het verpleeghuis was geweest. Ik heb stiekem met hem gegniffeld. Wat een bak met humor! Iedereen in rep en roer en hij zat lekker aan de neut! En ja, het was koud geweest en hij had angstige momenten beleefd daar aan de rand van de snelweg. Maar het was toch allemaal goed gekomen?

Twee dagen later was mijn opa dood. Zijn laatste reisverhaal werd tijdens de plechtigheid voorgedragen door zijn middelste zoon. Ik was verdrietig maar ook trots dat mijn opa mij uitgekozen had om zijn verhaal mee te delen. Een apart verhaal. Mijn opa had niet mooier dood kunnen gaan.

Misschien heb ik dat wel van hem; niet lullen, maar doen en later wel zien wat de consequenties zijn en die ook accepteren. Risico’s durven nemen. En ja, dan gebeuren er soms aparte dingen. Maar als je niet durft, dan blijft alles bij het oude en verspil je de kansen op (nog) beter plezier en geluk.

Daarom pak ik vrolijk verder en schud de twijfel van mij af. Ik kijk rijkhalzend uit naar de toekomst. Vast en zeker met nog wat hobbels op de weg. Maar ach, uiteindelijk komt alles goed. Dat kunnen wij. Niet apart, maar samen!