De vierkleurenpen

Ik was een jaar of drie. Men zegt dat je je voor het vierde levensjaar weinig tot niets kan herinneren, maar ik weet het nog precies.
Ze was er ineens. Haar gezicht kan ik niet meer beschrijven, maar ik geloof dat ik haar direct zou herkennen als ze voor me zou staan. Net als de woonkamer, het weidse uitzicht vanaf zes hoog uit het raam, de grote Vingerplanten en Dieffenbachia’s, de trots van mijn moeder totdat mijn hamster de wortels vakkundig had doorgeknaagd, het aquarium en het witte kleed van schapenvacht waar ik zo graag op zat, met mijn knutselspullen recht tegenover de slaapkamerdeur van mijn vader en moeder.

Ze was er al als ik uit bed kwam ’s ochtends en deed van alles in de keuken. Het was een bedrijvig type maar soms zat ze rustig aan de eetkamertafel en schreef gewichtige dingen in een rapport. Wat weet ik niet, maar ik was altijd even stil dan. Niet dat ik die opdracht kreeg; ik deed dat als vanzelf. Ze keek zo serieus op die momenten. Ze had een wit schort aan en in een van de vakjes op haar borst zat de pen waarmee ze schreef. Ik had nog nooit zo’n mooie pen gezien. Van buiten zilvergrijs en als je de schuifjes op de pen bewoog, schreef de pen in een andere kleur: rood, groen, zwart en blauw. Magisch!

Als ik mijn ogen dicht doe, zie ik me weer zitten op mijn knietjes aan de salontafel. Een vel wit papier voor mijn neus en tekenen maar. Concentreren op mijn kunstwerk in wording was niet moeilijk. Ik was alleen in de kamer en het was heel stil in huis. Opvallend stil. Al dagen. Zelfs de radio stond niet aan. Dat was best gek, want mijn moeder hield van muziek.
Van de mevrouw in het witte schort kreeg ik een glas drinken. Ze was lief, maar ook wel een beetje streng. Ik wilde graag naar mama, maar dat kon niet zei ze. Mama moest rusten, ik kon beter nog wat tekeningen maken voor haar. Mijn geluk was onmetelijk toen ze de pen uit haar borstzakje toverde. Voor mij.

Ruim vier decennia heb ik niet meer aan de mevrouw met de pen gedacht totdat ik een paar weken geleden een doos met oude foto’s doorzocht op zoek naar leuke familiekiekjes voor de Kalkmannen reünie. Nooit eerder had ik die foto gezien. Ik kan het me althans niet herinneren. Mijn moeder met haar hoogzwangere buik; een kleine dame in overgooier met kortgeknipt koppie op de knietjes naast haar. Mijn haar was een stuk blonder toen. Mama staat er prachtig op met haar grote sprankelende ogen vol verwachting, onwetend van het onheil dat haar te wachten staat. Een gevoel van weemoed overviel mij toen ik de foto bekeek. Het gevoel van toen. Het gemis van dat wat niet kwam.

Ik was ontroostbaar toen de mevrouw in het witte schort na een week zorgen vertrok naar een volgend gezin. Met haar ging ook de geliefde vierkleurenpen. Een metaforisch symbool. Dat zie ik nu pas.

Een kind verliezen lijkt me de grootste tragedie die er is. Zo zal het ook zijn geweest voor mijn ouders. Toch hebben we er nooit zo direct over gesproken. Wel hebben ze mij door hun manier van leven iets heel belangrijks geleerd.
Tegenslag is niet te voorkomen, blik vooruit. Laat het achterom je niet beperken, maar neem het mee als bagage om het leven te vieren. Elk jaar steek ik daarom 8 pijlen af. Als knipoog naar de dierbaren daarboven. Dit jaar ook eentje voor mijn kleine zus die nooit mocht meemaken hoe mooi het leven is. De pas gevonden foto van mijn moeder stop ik in een lijstje en kijk met dezelfde verwachtingsvolle ogen reikhalzend uit naar wat het nieuwe jaar ons zal brengen.

Ik wens iedereen een prachtig 2015 toe. Vier het leven!