Vlieland

Grauwe wolken hangen somber boven het wad
Alsof de droom boos is geweest vannacht
Steltloper gescharrel trekt zich er niets van aan
De rode snavels pikken gretig in het zand
Met tegengeluid hun vrolijk gekir als dolfijnen
Wakker geschud komt het heden langzaam op gang
Behoedzaam ontdoet het eiland zich van de nevel
De grijze massa drijft naar het vaste land
Daar waar de rest van het leven is
De mens aanschouwt en voelt zich herboren
Een blik in de verte …….gelukkig
En wandelt tevreden verder
De zon tegemoet.

De tijd

Soms, als ‘s nachts de uren een voor een verstrijken
Zou je wensen dat de tijd niet bestond
En je in het heerlijke niets simpelweg met je voeten door het zand kon woelen
Met elke zandkorrel het heden tussen je tenen laten verdwijnen
De gedachten uit je hoofd kon laten waaien
Om te verdwijnen in de vergetelheid