Er poept een vogel op mijn kop

Een kluizenaar; dat wil ik zijn de komende week. Ik zie het helemaal zitten. Mijn Apple, mijn favoriete Griekse kaas op toast als enig en aangenaam gezelschap. Back to basic met een luxe randje. Dat dan weer wel, want natuurlijk ben ik dankbaar dat mijn Nederlands-Griekse kennis (die van die auto’s weet u wel) het huis weer tiptop heeft verzorgd met schoongewassen handdoeken en een vloer om kaviaar vanaf te likken.

Met een glimlach en een knuffel wenst hij mij een fijne week en trekt de deur achter zich in het slot. Met de luiken nog dicht valt de woonkamer in een schaduw. Maakt twijfel zich van mij meester?
Ik schud mijn haar naar achter, pak mijn spullen uit en sjok het dorp in. Vandaag neem ik nog even vrij. Ik heb tenslotte de hele nacht niet geslapen. Ik tuur vergenoegd vanaf mijn rieten stoel over het spiegelgladde water en voel dit als een zegen in mijn overigens hectische bestaan.

De dag vloeit langzaam over in het eind met half zon half slaap op het dakterras. De volgende ochtend over tienen verlaat ik als herboren het bed.
Na een kop ochtendthee raken mijn vingers ongeconcentreerd het toetsenbord en dwalen mijn gedachten af naar Stella en haar keuken. Om uren later met volle maag en licht beneveld hoofd wederom een uiltje te knappen in mijn hangmat.
De avond zet ik in met DVD van de Verleiders en denk ik na over de uitgeverskans en het nog te schrijven non fictie boek. Brainstormen met jezelf is ook werken toch?

Dag drie begint vroeg. Het schemert nog. In de verte scheurt een brommer. Voor de rest nog geen gegil op straat; Pythagorio is in ruste. Ik knip het bedlampje aan en lees een half boek. Als schrijver moet je veel lezen.
De Griekse yoghurt verplaats ik naar de lunch en geen rosé voor mij vandaag. Ik heb namelijk een schrijversplan.
Vol ijver richt ik mijn schrijverstafel in; aantekeningen, notitieboekjes, pen, papier; ik klik de laptop open. Ik zucht en peins, het verhaal komt moeilijk op gang. Wie zei dat ik schrijven kon? De maag knort en leidt mij richting boulevard. Een snelle hap en dan weer gauw naar binnen.

Of stiekem toch nog even de trap op? Een nieuw boek, wat kan het schelen. Ik lees en blader; het boeit niet echt. Ik soes weg in de koelte van een wolk en flats; een dikke druppel op mijn voorhoofd. Regen? Seconden later dringt pas door dat het bij die ene druppel blijft en grijp ik daar waar het nat is geland. Een witte sliert gelardeerd met zwarte puntjes siert mijn vingertoppen. Het vrolijk gekwetter klinkt als hoongelach.

Yiamotimanosou! Het lang vergeten scheldwoord spuugt net niet hard genoeg tegen haar veren. Vanaf de krom gebogen antenne van buurman Lutz kijkt ze geringschattend op mij neer. Ik poep op jou halfbakken kunstenaar. Wat lig je daar nu te braden? Je had een missie weet je nog wel?

Betrapt hobbel ik op een drafje naar beneden. Tweeduizend woorden op z’n minst in razend tempo; om de schade in te halen.

Madurodam van Europa

Ime sto spiti. In mijn povere pogingen om op de Open Universiteit Grieks te leren zijn dat de drie woorden die sindsdien vloeiend mijn mond uit rollen. Dat is niet zo gek. Ze betekenen: Ik ben thuis. En zo voelt het als ik na een natte winterslaap de vliegtuigtrap afdaal. Ik hoor de krekels en ruik de geur van gele brem. De mediterrane rust komt als een glimlach mijn leven binnen.

Een kennis is zo lief om mij van het vliegveld af te halen en naar huis te brengen. Er zijn nog weinig toeristen maar het dorp bruist van bedrijvigheid. Luiken worden geschilderd en nieuwe lantaarnpalen worden gemonteerd. Er zijn ook weer nieuwe winkeltjes geopend.
Mijn kennis verhaalt trots over zijn investering. 10 nieuwe auto’s erbij voor zijn verhuurbedrijf. En alles is al volgeboekt voor het seizoen. De komende twee jaar verdient hij geen droog brood want de eisen van de bank zijn moordend. Met respect luister ik naar de uitdagingen van deze ondernemer. In Nederland hadden we moord en brand geschreeuwd.

Mijn gedachten dwalen af naar de Nederlandse media en het traditioneel opgeheven vingertje. Over Grexit en het mogelijke Griekse faillissement; het betweterige gezicht van Dijsselbloem die zelf stiekem met een flukse pennenstreek de exorbitante salarisverhoging van de banken-CEO’s heeft goedgekeurd en dat vervolgens glashard ontkent.

Als vrouw in de wereld van het geld snap ik helemaal niet wat het faillissement van een land betekent. Komt er dan een Europese curator in zo’n strak gesteven pak de inboedel verpatsen? Is de haven van Samos straks in handen van de Russen? Is mijn mooie eiland straks vergeven van stoplichten en rotondes? En lopen de Griekse schoolschoffies het volgend schooljaar in degelijk Engels schooluniform?

Genietend van een Griekse lunch houden deze gedachten mij sinds mijn aankomst bezig. Stel je nou toch voor dat Griekenland straks het Madurodam van Europa wordt. Zit ik dan een volgende keer noodgedwongen aan een broodje bal in plaats van de overheerlijke keftedes? En zit in die bal dan besmet paardenvlees van Nederlandse boerenslimme handelaren in plaats van ambachtelijke koe?

Vroeger had ik altijd al een hekel aan het beste jongetje van de klas en hier op het zonovergoten terras komt die ergernis als borrelend maagzuur weer naar boven. Hier gaan elke ochtend legio priveboten de zee op om arme vluchtelingen te redden; hier werken de ondernemers van april tot november klokje rond om de toeristen een blije zomer te gunnen; hier genieten de mensen van het leven en elkaar. Hier verdienen ze het om hun authenticiteit te behouden. Hier verdienen ze geen vinger maar een helpende hand.