Regie

IJsbrand stond aan het hoofd van een gezin waar de wens om een dochter vijf zonen had opgeleverd en de maand standaard een week gebrek aan inkomen overhield. IJsbrand was handelsreiziger in zemen lappen. Vermoedelijk de enige in Nederland die zijn handel verkocht zonder in bezit te zijn van een rijbewijs. Opa Ies, aldus zijn koosnaam, reisde per trein.
In het gezin stak zijn vrouw regelmatig de draak met hem, maar daar buiten was hij de spil waar alles om draaide. Op Charlois was zijn bovenwoning het toneel voor vele samenkomsten van familie en de buurt. Toen hij na zijn pensionering met mijn oma een seniorenwoning in Amersfoort betrok werd hij vanzelfsprekend de coördinator van de gloednieuwe wijk. In het aanpalende bejaardenhuis organiseerde hij biljartcompetities voor de ingedutte oudjes. Hij overleefde mijn oma en toen zijn benen te stram voelden trok meneer Kalkman definitief in het huis der wijzen. Keu werd ingeruild voor schilderkwast en vanuit zijn rolstoel toonde hij fier zijn kunstwerkjes aan het verzorgend personeel.

Zijn doeken werden kleiner, de schildersvegen vager. De monologen van de man op zijn praatstoel verstomden en het werd stil om hem heen. Hij verhuisde naar het verpleeghuis en zijn bezit minimaliseerde tot een bed en een bescheiden ladekast voor de herinneringen die per dag inkrompen. Bij elk bezoek zag ik dat de oude baas een beetje meer was verschrompeld. De energie was eruit.

Tot die ene keer. In zijn demente verwardheid waande hij zich terug in de tijd. Er moest geld verdiend worden. Vanuit de gesloten afdeling, waar zogenaamd niemand ongezien weg kon, reed mijn opa in zijn hemdsmouwen het frisse herfstweer tegemoet. De rolstoelwielen liepen al snel vast in de drassige berm langs de snelweg en vastgezogen in de modder werd hij gevonden door een chauffeur van een bestelbusje. Rolstoel achterin en opa op de voorstoel. Op weg naar adres onbekend. Inmiddels was zijn afwezigheid opgemerkt en zo kwam hij hoog bejaard zelfs op de telex van de politie.

Ondertussen liet mijn opa het zich goed smaken bij de chauffeur thuis en na twee flinke borden en een paar jonge borrels wist hij zich zijn woonadres feilloos te herinneren. Breed lachend zwaaide hij de opgetrommelde familie bij terugkomst toe. Hij zweeg toen het verplegend personeel hem tussen de wit gesteven lakens stopte tot hij mij, zijn kleindochter, in het vizier kreeg. Iedereen moest de kamer uit en hij vertelde me zijn avontuur. Met twinkelende ogen en een glashelder geheugen. Twee dagen later was mijn opa dood. We waren verdrietig met een glimlach. Op het laatst had hij de regie over zijn leven toch weer terug gepakt.